Ontdek de Kop van Goeree
Evenementen
Ontdekken
Overnachten en eten

Kop van Goeree

Flora & fauna

Planten
De volgende bijzondere planten komen of kwamen voor op de Kop van Goeree:
Nachtsiline
De nachtsiline is een plant uit de anjerfamilie dit tot 60 cm hoog kan worden. Hij bloeit van mei tot en met augustus op zonnige tot licht in de schaduw liggende plaatsen en op droge, kalkrijke, voedselarme grond. Voornamelijk in de duinen, in lage struiken, op kalkgrasland en op hellingen en rotsen.
Kamille
Deze geneeskrachtige plant heeft witte blaadjes en een geel rondje in het midden (lintbloem). De plant kan 20-40 cm hoog worden en bloeit van mei tot eind september. Ook heeft de kamille meestal een vrij sterkte geur. De witte lintbloemen buigen aan het eind van de bloeiperiode naar beneden.
Jakobskruiskruid
Jakobskruid is een wilde plant met gele bloemetjes. De plant komt steeds meer voor in Nederland, en verspreid zich razendsnel doordat het een windverspreider is. De zaadjes worden door het vruchtpluis met de wind meegevoerd. Deze plant is in bermen ingezaaid om te voorkomen in berm opfleurende kruidenmengsels. Het Jakobskruid is giftig voor de meeste mensen en dieren, en kan allergische reacties geven wanneer je de plant aanraakt. Ook is het erg moeilijk om de plant te bestrijden, omdat de plant snel terug groeit na snijden of maaien.
Parnassia
De parnassia is een plant met hartvormige blaadjes op de grond en in het midden lange stelen omhoog met daarop de witte bloem. De plant kan tot zo'n 30 cm hoog worden en bloeit van juli tot en met september. De plant is aangewezen op kruisbestuiving door insecten. Vooral vliegen bezoeken de bloem. Het zaad is heel fijn en wordt makkelijk verspreid door de wind.
Klein hoefblad
Het klein hoefblad is een vaste plant die ongeveer 30 cm hoog wordt. De plant bloeit in maart en april, soms bij goed weer al in februari. De plant is geel van kleur, aan de onderkant viltig behaard, en rozetvormig. De plant voelt zich thuis in nieuwe grond en groeit vaak tussen grassen.
Vingerhelmbloem
Deze plant is paars van kleur en ook wel bekend onder de namen voorjaarshelmbloem en vogeltje-op-de-kruk. De naam is een verwijzing naar de schutblaadjes die handvormig zijn ingesneden. De vingerhelmbloem bloeit in maart en april. 
Cichorei
Deze plant is familie van de witlofplant. De cichoreiwortels leverden een vervangingsmiddel voor cafeïne vrije koffie, de zogenaamde peekoffie of koffiestroop. Rond het jaar 1800 werd deze koffie populair in Nederland. Ook werd de (koffie)cichorei vanaf 1992 gebruikt voor de productie van fructosestropen en inuline, met andere woorden zoetstof. 
Meekrap
De meekrap is een plant die hoort tot de sterbladigenfamilie, en wordt ook wel mee of mede genoemd. De plant wordt 60-90 cm hoog, heeft onder de grond wortelstokken van 50-100 cm, en heeft kleine gele bloemen. Vroeger werd de meekrapwortel gebruikt als grondstof voor de helder rode kleurstof alizarine. Deze kleurstof werd weer gebruikt om rode verfstoffen en pigmenten te verkrijgen voor o.a. textiel en leer. Daarnaast heeft meekrap ook een geneeskrachtige werking. 

Vogels op de Kop van Goeree
Kluut
Een van de vogels die rond de Kop van Goeree voorkomt is de kluut. Een volwassen kluut wordt zo’n 45 centimeter. Hij overwintert in Zuid-Europa en is vaak in de broedtijd in Nederland. Ze broeden graag op open velden in de nabijheid van de kust. Wat betreft open velden heeft de Kluut hier niets te klagen, deze zijn er genoeg.
Lepelaar
De lepelaar is een grote witte vogel die veel weg heeft van de blauwe reiger en de ooievaar. Het grote verschil is alleen dat de snavel van de lepelaar aan het einde erg breed wordt en de vorm aanneemt van een spatel. Nederland is het noordelijkste land waar de lepelaar broedt. Hij broedt vooral in moeilijk bereikbare gebieden, zoals moerassige gebieden en rietkragen. Deze vogels overwinteren in Afrika.
Zwartkop
Deze vogel behoort tot de zangvogels. Hij wordt ongeveer 15 centimeter groot. Vanaf april zijn ze in Nederland te zien. In de winter leven ze in Zuid-Engeland, Ierland, Frankrijk en rondom de Middellandse Zee. Het mannetje heeft een zwarte kruin, en het vrouwtje een bruine.
Paarse strandloper
De Paarse strandloper is een vogel die in Nederland overwintert. Normaal broedt hij op de toendra van Baffin Eiland, in IJsland en Noorwegen. Het is een vrij makke en gedrongen vogel.
Grauwe gans
In Nederland is de Grauwe gans de meest voorkomende grijze gans. Hij bevindt zich het meeste in de polders. De Grauwe gans is een trekvogel, wanneer ze trekken vliegen ze in groepen in een V-vorm.
Kolgans
De Kolgans heeft veel weg van de Grauwe gans. Het verschil is alleen dat de Kolgans kleiner is en rond de snavel van de Kolgans bevindt zich een grote witte vlek. Ook de snavel is anders van kleur, deze is roze in plaats van oranje. Kolganzen broeden in Groenland en in het noorden van Rusland. Vanaf ongeveer november t/m maart leeft de Kolgans o.a. in Nederland. De Kolgans bevindt zich vaak tussen de brandganzen en grauwe ganzen.
Watersnip
De Watersnip is te vinden in moerassen, vochtige weilanden en natte heidevelden. De Watersnip heeft een lange snavel en een gestreepte kruin. Ze worden ongeveer 25 cm groot. De Watersnip is het hele jaar aan te treffen. De Watersnip is voor velen ook bekend als de vogel die op de voorkant stond van een briefje van honderd gulden.
Wulp
Net als de Watersnip behoort de Wulp ook tot de snipachtigen. Ze worden ongeveer 55 cm groot. Ze zijn herkenbaar aan de zeer lange naar beneden buigende snavel. Net als de Watersnip zijn ze het hele jaar door te vinden in Nederland.
Kievit
Dit is de meest bekende algemene weidevogel van Nederland. Het broedseizoen van de kievit loopt van half maart tot in juli. Het nest wordt gemaakt in een ondiep kuiltje op een plek met niet te veel gras. Meestal broedt de kievit op grasland, maar ook op bouwland worden kievitsnesten aangetroffen.
Grutto
De Grutto is net als de Kievit een weidevogel. Deze vogel behoort tot de steltlopers. Hij dankt zijn naam aan zijn baltsroep: “Utto, utto, utto”. In de zomer heeft het mannetje van de grutto een oranjebruine kop, nek en borst. Ook de snavel is aan de kopzijde oranje. De flanken en de buik zijn gevlekt. Hij heeft een lange vrijwel rechte snavel, die iets naar boven is omgebogen. De Grutto wordt zo’n 36 tot 44 cm.
Scholekster
Net als de Grutto is ook de Scholekster een steltloper. De vogels zijn bijzonder gehecht aan hun territorium. De vogels blijven dan ook vaak bij hetzelfde gebied. Ze komen het hele jaar door aan de kust van de Noordzee.
Tureluur
De Tureluur behoort tot de familie van de snipachtigen. De vogel wordt zo’n 25 tot 30 centimeter groot. De Tureluur komt alleen voor in Nederland in de zomer. Vaak broedt de Tureluur vlakbij het nest van een broedende kievit. Zo kan de Tureluur profiteren van de technieken van de kievit om vijanden tegen te houden.